Hoogbegaafdheid

Wat is Hoogbegaafdheid?

Er bestaan veel verschillende definities van het begrip hoogbegaafdheid. Vaak wordt bij de signalering uitgegaan van een hoge algemene intelligentie (een IQ van 130 of meer), maar er zijn ook niet-cognitieve persoonlijkheids- en gedragskenmerken die met hoogbegaafdheid samenhangen, zoals een grote creativiteit en probleemoplossend vermogen in combinatie met een sterke taakgerichtheid, motivatie en doorzettingsvermogen.

 

Het wezen van hoogbegaafden kenmerkt zich naast de intelligentie door een versterkt bewustzijn, een diepgaand en rijk geschakeerd gevoelsleven, een drang naar autonomie, een grote nieuwsgierigheid en scheppingsgerichtheid. Ook eigenschappen zoals een hoge mate van empathie en betrokkenheid, veel belang hechten aan waarden, normen en authenticiteit en een sterk rechtvaardigheidsgevoel worden met hoogbegaafdheid in verband gebracht.

 

Waarnemen, denken en leren

Bij hoogbegaafden komen vaak veel waarnemingen en sterke indrukken binnen en wordt er een grote hoeveelheid informatie en details opgenomen. Tegelijkertijd zijn de hersenen zeer goed in staat om informatie snel te verwerken en efficiënt op te slaan, zodat deze kennis ook weer makkelijk teruggehaald kan worden uit het geheugen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van abstracte structuren met vele onderlinge verbindingen, die associatief en lateraal denken (creativiteit) faciliteren. Zo kunnen grote en soms onverwachte denksprongen gemaakt worden, die weer bijdragen aan het probleemoplossend vermogen. Naast dit netwerk van horizontale verbanden wordt informatie ook op een dieper niveau verwerkt (deep-level leren), wat niet alleen opslag en reproductie van kennis inhoudt, maar vooral echt begrip van en inzicht in een onderwerp.

 

Hoogbegaafden bezitten, behalve een grote leercapaciteit, een sterke leerbehoefte en een veelzijdige interesse. Het reguliere onderwijs heeft vaak onvoldoende ruimte en mogelijkheden om aan deze leerbehoefte te voldoen, waardoor hoogbegaafden niet het passende onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Het tempo ligt te laag, het lesprogramma bevat te veel herhaling en het curriculum is te beperkt en biedt niet genoeg diepgang en uitdaging. Bovendien is de lesmethode meestal bottom-up opgebouwd, in stappen vanuit de kleine stukjes naar het geheel, terwijl hoogbegaafden over het algemeen de voorkeur geven aan top-down leren, waarbij eerst het overzicht over het geheel wordt verkregen en daarna de losse onderdelen op hun plaats worden ingevoegd.

 

Op school

Bij veel mensen heerst nog altijd de opvatting dat hoogbegaafdheid een luxeprobleem is, dat bij hoogbegaafden alles vanzelf gaat en dat ze zichzelf vanwege hun hoge capaciteiten wel zullen redden. Lang niet alle hoogbegaafden voldoen echter aan het beeld van de succesvolle leerling die met alleen maar hoge cijfers het VWO doorloopt. Er zijn ook leerlingen die zich niet kunnen of willen conformeren aan het stramien dat hun door het reguliere onderwijs wordt opgelegd. Zij kunnen gedrag gaan vertonen dat door docenten en medeleerlingen als bovenmatig kritisch, lastig en storend wordt opgevat, waardoor de aanpak vaak alleen op deze uiterlijke symptomen gericht is en de onderliggende oorzaak uit het beeld verdwijnt.

 

Zonder adequate begeleiding bestaat de kans dat de prestaties van dergelijke leerlingen steeds verder achteruit gaan, met het risico dat zij uiteindelijk op school uitvallen.

 

Anderzijds zijn er hoogbegaafden die zich juist wel aanpassen aan hun medeleerlingen en de verwachtingen van anderen, om vooral niet op te vallen of anders te zijn, maar geaccepteerd te worden. Hoewel zij gemiddelde resultaten behalen en er daardoor niet direct zorgen zijn over hun schoolcarrière, presteren ook deze leerlingen onder hun kunnen. Dit gaat uiteindelijk ten koste van hun ontwikkeling. Ook zijn er hoogbegaafden die uit verveling gaan onderpresteren en passief en apathisch worden, omdat het curriculum niet voldoet aan hun behoeften. Zij verliezen het vertrouwen dat de school en de docenten hen iets kunnen bijbrengen.

 

Vanwege hun sterke leerbehoefte, complexe denkstructuren en uitgebreide kennis hebben hoogbegaafden de neiging om hoge eisen aan zichzelf (en aan hun omgeving) te stellen. Zij hanteren een ander referentiekader en leggen de lat daarbij heel hoog, wat leidt tot een perfectionistische instelling. Indien dit niet wordt bijgesteld aan de hand van realistische doelen en te ver wordt doorgevoerd, loopt dit uit op een constant gevoel van tekortschieten met betrekking tot de eigen verwachtingen en de (geprojecteerde) verwachtingen van anderen. Dit kan ten slotte resulteren in vermijdingsgedrag, variërend van het uit de weg gaan van uitdagingen en moeilijkheden, tot faalangst en volledige passiviteit.

 

De School van HIP

Om echt te leren leren hebben hoogbegaafden, net als andere leerlingen, een onderwijsaanbod nodig dat qua inhoud en niveau in de zone van naaste ontwikkeling ligt. Dat wil zeggen dat het schoolwerk niet te makkelijk of te moeilijk is, maar dat zij het zichzelf met de juiste hulp en begeleiding wèl eigen kunnen maken.

 

De School van HIP wil alle leerlingen de ruimte bieden voor een optimale ontwikkeling en heeft hier, dankzij de kleinschaligheid en de persoonlijke aanpak, de mogelijkheden voor.

 

Leerlingen volgen een individueel leerprogramma, afgestemd op hun behoeften en voorkeuren, waardoor er veel flexibiliteit mogelijk is in het curriculum. Hoogbegaafden kunnen makkelijker en sneller door de verplichte leerstof heen werken en blijft er zo tijd over voor verdieping en verrijking.

 

Bij de verdieping ligt de nadruk op het aanspreken van de hogere denkvaardigheden, analyseren, evalueren en creëren, om zo de aan te leren kennis op een dieper niveau te kunnen verwerken en verankeren. Dit houdt in dat de aangeboden opdrachten niet alleen moeilijker zijn of meer tijd kosten omdat ze meer van hetzelfde soort (opzoek)werk vragen, maar dat ze juist complexer in opzet zijn. Een andere denkwijze, een andere aanpak en andere manieren van problemen oplossen wordt gestimuleerd. Deze benadering sluit aan bij de behoefte van hoogbegaafden om tot op de bodem uit te zoeken hoe iets in elkaar zit en waaróm het zo in elkaar zit. Hierbij hoort ook de vraag: waarom zijn bepaalde kennis en vaardigheden nuttig om te verwerven? Een vraag die het fundament vormt voor de motivatie om te leren. In het leerproces wordt daarom altijd uitgegaan van het doel waar de leerlingen naartoe werken.

 

De verrijkingsopdrachten hebben een vakoverstijgend karakter en zijn met name gericht op het aanleren en verbeteren van werk- en leerstrategieën en vaardigheden, zoals bijvoorbeeld de executieve functies van plannen en organiseren, impulscontrole en metacognitie. Hierbij staan experimenteren, creatief denken en fouten mogen maken centraal: het proces is minstens net zo belangrijk als het product.

Een essentieel onderdeel van de metacognitie is het reflecteren op het proces en het product en de eigen rol in het geheel. Voor dergelijke denkvaardigheden leggen de leerlingen een portfolio aan waarin ze hun voortgang kunnen vastleggen en volgen. Op deze manier worden zij zich ook meer bewust van hun specifieke eigenschappen en mogelijkheden en ontdekken ze waarin ze zich nog verder willen ontwikkelen en hoe ze dat zouden kunnen aanpakken. Dit bevordert de positieve identiteitsvorming en de autonomie.

 

Het overkoepelende doel van De School van HIP is dat hoogbegaafden zelfstandige en zelfsturende leerlingen worden, die realistische verwachtingen koesteren, kunnen leren van hun fouten en hun capaciteiten en kwaliteiten goed kunnen benutten. Ze hebben plezier in het leren, werken vanuit een intrinsieke motivatie, stellen hun eigen doelen op en zien het resultaat van hun inspanningen. Ze hebben vertrouwen in zichzelf en mogen zijn wie ze zijn!